Daniël 2:49 - Statenvertaling Jongbloed-editie49 Toen verzocht Daniël van den koning; en hij stelde Sadrach, Mesach en Abéd-nego over de bediening van het landschap van Babel; maar Daniël bleef aan de poort des konings. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel49 Maar Daniël vroeg aan de koning of zijn vrienden Sadrach, Mesach en Abednego in zijn plaats Babel mochten besturen. Zelf bleef hij aan het hof van de koning. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling49 En Daniël deed de koning een verzoek en deze stelde Sadrach, Mesach en Abed-Nego aan voor het bestuur van het rijksgebied Babel, maar Daniël bleef aan het hof van de koning. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling49 Omdat Daniël de koning daarom verzocht, stelde hij Sadrach, Mesach en Abed-Nego aan over het bestuur van het gewest Babel. Daniël bleef echter in de poort van de koning. Zie het hoofdstukHet Boek49 Op Daniëls verzoek stelde de koning Sadrach, Mesach en Abednego aan als zijn assistenten. Zij waren verantwoordelijk voor het bestuur van het gebied van Babel. Daniël bleef in functie aan het koninklijk hof. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195149 Op Daniëls verzoek droeg de koning het bestuur van het gewest Babel op aan Sadrak, Mesak en Abednego, terwijl Daniël aan het hof des konings bleef. Zie het hoofdstuk |