Daniël 2:34 - Statenvertaling Jongbloed-editie34 Dit zaagt gij, totdat er een steen afgehouwen werd zonder handen, die sloeg dat beeld aan zijn voeten van ijzer en leem, en vermaalde ze. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel34 Terwijl u keek, werd er een steen losgehakt, zonder dat een mens dat deed. De steen rolde naar beneden en raakte de voeten van het beeld. Hij verbrijzelde de voeten die van ijzer en klei waren. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling34 Dit zag u, totdat er een steen werd losgehakt, zonder dat er handen aan te pas kwamen. Die trof het beeld aan zijn voeten van ijzer en leem en verbrijzelde ze. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling34 Hier keek u naar, totdat er, niet door mensenhanden, een steen werd afgehouwen. Die trof dat beeld aan zijn voeten van ijzer en leem, en verbrijzelde die. Zie het hoofdstukHet Boek34 Terwijl u bleef toekijken, raakte zonder toedoen van mensenhanden een steen los van de berghelling. Hij rolde op het beeld af en verpletterde de voeten van ijzer en klei. Hij sloeg ze helemaal aan stukken en verpletterde ook de rest van het beeld. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195134 Terwijl gij bleeft toezien, raakte, zonder toedoen van mensenhanden, een steen los, die het beeld trof aan de voeten van ijzer en leem en deze verbrijzelde; Zie het hoofdstuk |