Daniël 2:10 - Statenvertaling Jongbloed-editie10 De Chaldeeën antwoordden voor den koning, en zeiden: Er is geen mens op den aardbodem, die des konings woord zou kunnen te kennen geven; daarom is er geen koning, grote of heerser, die zulk een zaak begeerd heeft van enigen tovenaar, of sterrekijker, of Chaldeeër. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel10 Ze antwoordden: "Geen mens op aarde kan doen wat u heeft gevraagd, mijn heer de koning. Daarom heeft ook geen enkele koning, hoe groot en machtig hij ook was, ooit zoiets van een geleerde of tovenaar, waarzegger of wijze gevraagd. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling10 De Chaldeeën antwoordden ten overstaan van de koning en zeiden: “Er is geen mens op aarde die duidelijkheid kan geven betreffende de vraag van de koning. Daarom is er ook geen enkele koning, hoe groot of machtig ook, die zoiets van welke magiër, sterrenkijker of Chaldeeër dan ook gevraagd heeft. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling10 De Chaldeeën antwoordden in de tegenwoordigheid van de koning en zeiden: Er is geen mens op de aardbodem die de zaak van de koning te kennen zou kunnen geven. Daarom is er ook geen koning, hoe groot of machtig ook, die een zaak als deze gevraagd heeft van welke magiër, bezweerder of Chaldeeër dan ook. Zie het hoofdstukHet Boek10 De astrologen antwoordden hun vorst: ‘Geen mens ter wereld kan antwoord geven op de vraag die u stelt! Daarom heeft nog nooit een koning, hoe groot of machtig ook, zoiets aan een geleerde, tovenaar of astroloog gevraagd. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195110 De Chaldeeën gaven de koning ten antwoord: Er is geen mens op de aardbodem die het door de koning gevraagde zal kunnen te kennen geven; daarom heeft dan ook geen koning, hoe groot en machtig ook, iets dergelijks van enige geleerde of bezweerder of Chaldeeër gevraagd. Zie het hoofdstuk |