Daniël 1:5 - Statenvertaling Jongbloed-editie5 En de koning verordende hun, wat men ze dag bij dag geven zou van de stukken der spijs des konings, en van den wijn zijns dranks, en dat men hen drie jaren alzo optoog, en dat zij ten einde derzelve zouden staan voor het aangezicht des konings. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel5 De koning bepaalde wat en hoeveel ze elke dag zouden eten. Ze zouden mee-eten van de koninklijke maaltijden, en drinken van de wijn van de koning. Ze moesten drie jaar lang opgeleid worden. Daarna zouden ze bij de koning in dienst komen. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling5 De koning stelde een dagelijks rantsoen voor hen vast van de koninklijke spijzen en van de wijn van zijn drank en hij bepaalde dat zij drie jaar lang zo moesten worden opgeleid. Na afloop daarvan zouden zij ter beschikking van de koning staan. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling5 De koning nu stelde een dagelijkse hoeveelheid van de gerechten van de koning voor hen vast, en van de wijn die hij dronk, om hen in drie jaar zo op te voeden dat zij aan het einde daarvan in dienst konden treden van de koning. Zie het hoofdstukHet Boek5 De koning stelde een dieet op van het beste voedsel en de beste wijn uit de koninklijke keuken. Drie jaar lang moesten zij de opleiding volgen en daarna zouden zij bij hem in dienst komen. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19515 En de koning stelde voor hen een dagelijks rantsoen vast van de koninklijke tafel en van de wijn, die hij placht te drinken. Zo liet hij hen gedurende drie jaren opvoeden, na verloop waarvan zij bij de koning dienst moesten doen. Zie het hoofdstuk |