Daniël 1:2 - Statenvertaling Jongbloed-editie2 En de Heere gaf Jójakim, den koning van Juda, in zijn hand, en een deel der vaten van het huis Gods; en hij bracht ze in het land van Sinear, in het huis zijns gods; en de vaten bracht hij in het schathuis zijns gods. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel2 De Heer leverde koning Jojakim aan hem uit. Nebukadnezar nam hem mee naar Babel. Ook nam hij de voorwerpen uit de tempel van God mee naar Babel. Daar borg hij ze op in de schatkamer van de tempel van zijn god. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling2 Mijn Heer gaf Jojakim, de koning van Juda, in zijn hand en ook een deel van de voorwerpen van het Huis van GOD en hij bracht die naar het land Sinear, in het huis van zijn god. Hij bracht de voorwerpen in de schatkamer van zijn god. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling2 En de Heere gaf Jojakim, de koning van Juda, in zijn hand, en een deel van de voorwerpen van het huis van God. Hij bracht die naar het land Sinear, naar het huis van zijn god. Hij bracht de voorwerpen naar de schatkamer van zijn god. Zie het hoofdstukHet Boek2 Bij zijn terugkeer nam Nebukadnezar uit de tempel van God een deel van de heilige voorwerpen mee. Hij zette deze in de schatkamer van de tempel van zijn eigen god in Babylon. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19512 en de Here gaf Jojakim, de koning van Juda, in zijn macht, benevens een deel van het gerei van het huis Gods, en hij bracht ze naar het land Sinear, in de tempel van zijn god; het gerei bracht hij in de schatkamer van zijn god. Zie het hoofdstuk |