Daniël 1:11 - Statenvertaling Jongbloed-editie11 Toen zeide Daniël tot Melzar, dien de overste der kamerlingen gesteld had over Daniël, Hanánja, Mísaël en Azárja: Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel11 Nu was het zo, dat Aspenaz een hofdienaar had aangewezen om Daniël, Hananja, Misaël en Azarja te bewaken en te verzorgen. Dat was [ de ] Melzar. Toen vroeg Daniël aan [ de ] Melzar: "Geef ons alstublieft een proeftijd van tien dagen. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling11 Toen zei Daniël tegen de toezichthouder die de overste van de hofdienaren over Daniël, Hananja, Misaël en Azarja had aangesteld: Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling11 Toen zei Daniël tegen de kamerheer die het hoofd van de hovelingen had aangesteld over Daniël, Hananja, Misaël en Azarja: Zie het hoofdstukHet Boek11 Daniël sprak erover met de kamerheer die door Aspenaz was aangesteld om voor hem en Hananja, Misaël en Azarja te zorgen. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195111 Daarop zeide Daniël tot de kamerdienaar, die de overste der hovelingen aan Daniël, Chananja, Misaël en Azarja had toegevoegd: Zie het hoofdstuk |