Openbaring 7:3 - BasisBijbel3 "Jullie mogen de aarde en de zee nog geen kwaad doen. Eerst moeten we een stempel zetten op het voorhoofd van de dienaren van God [ als bewijs dat ze van God zijn ]." Zie het hoofdstukMeer versiesEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling3 en hij zei: “Breng geen schade toe aan de aarde of aan de zee of aan de bomen, totdat wij de dienaren van onze GOD aan hun voorhoofd verzegeld hebben.” Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling3 en zei: Breng geen schade toe aan de aarde, en ook niet aan de zee en de bomen, totdat wij de dienaren van onze God aan hun voorhoofd verzegeld hebben. Zie het hoofdstukHet Boek3 ‘Wacht! Breng nog geen schade toe aan de aarde, de zee en de bomen, want wij moeten eerst het zegel van onze God op het voorhoofd van zijn dienaren drukken.’ Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19513 en hij zeide: Brengt geen schade toe aan de aarde, noch aan de zee, noch aan de bomen, voordat wij de knechten van onze God aan hun voorhoofd verzegeld hebben. Zie het hoofdstukStatenvertaling Jongbloed-editie3 Zeggende: Beschadigt de aarde niet, noch de zee, noch de bomen, totdat wij de dienstknechten onzes Gods zullen verzegeld hebben aan hun voorhoofden. Zie het hoofdstuk |