Openbaring 10:9 - BasisBijbel9 Ik ging naar de engel en vroeg hem om het boekje. De engel zei: "Neem het en eet het op. Het zal je buik bitter maken. Maar in je mond zal het zo zoet smaken als honing." Zie het hoofdstukMeer versiesEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling9 Ik ging naar de engel toe en vroeg hem om mij de kleine boekrol te geven. Hij zei tegen mij: “Neem hem en eet hem op. Hij zal je buik bitter maken, maar in je mond zal hij zoet zijn als honing.” Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling9 En ik ging naar de Engel toe en zei tegen Hem: Geef mij dat boekje. En Hij zei tegen mij: Neem het en eet het op, en het zal uw buik bitter maken, maar in uw mond zal het zoet zijn als honing. Zie het hoofdstukHet Boek9 Ik ging naar de engel toe en vroeg hem mij het boek te geven. ‘Hier,’ zei hij, ‘eet het op. Het zal u zwaar op de maag liggen, maar in uw mond zo zoet zijn als honing.’ Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19519 En ik ging heen tot de engel en zeide tot hem, dat hij mij het boekje zou geven. En hij zeide tot mij: Neem het en eet het op, en het zal uw buik bitter maken, maar in uw mond zal het zoet zijn als honing. Zie het hoofdstukStatenvertaling Jongbloed-editie9 En ik ging henen tot den engel, zeggende tot hem: Geef mij dat boeksken. En hij zeide tot mij: Neem dat en eet het op; en het zal uw buik bitter maken, maar in uw mond zal het zoet zijn als honig. Zie het hoofdstuk |