Numeri 33:3 - BasisBijbel3 Op de 15e dag van de eerste maand vertrokken ze uit Rameses. Dat was op de dag na het Paasfeest. Ze konden vertrekken dankzij de machtige dingen die God had gedaan. Alle Egyptenaren moesten toekijken hoe ze vertrokken. Zie het hoofdstukMeer versiesEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling3 Zij braken van Rameses op in de eerste maand, op de vijftiende dag van de eerste maand. In de morgen direct na het Voorbijgaansoffer trokken de zonen van Israël door een opgeheven hand voor de ogen van alle Egyptenaren uit Egypte, Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling3 Zij braken op van Rameses; in de eerste maand, op de vijftiende dag van de eerste maand, de dag na het Pascha, vertrokken de Israëlieten door een opgeheven hand, voor de ogen van alle Egyptenaren, Zie het hoofdstukHet Boek3-4 Zij verlieten de stad Rameses in Egypte op de vijftiende dag van de eerste maand, de dag die volgde op de nacht van Pesach. Zij verlieten het land met opgeheven hoofd. De Egyptenaren staarden hen na en begroeven hun oudste zonen, die de Here de nacht daarvoor had gedood. De Here had in die nacht alle goden van Egypte verslagen! Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19513 Zij braken op van Rameses in de eerste maand, op de vijftiende dag der eerste maand; daags na het Pascha trokken de Israëlieten uit door een opgeheven hand, voor de ogen van alle Egyptenaren, Zie het hoofdstukStatenvertaling Jongbloed-editie3 Zij reisden dan van Rameses; in de eerste maand, op den vijftienden dag der eerste maand, des anderen daags van het pascha, togen de kinderen Israëls uit door een hoge hand, voor de ogen van alle Egyptenaren; Zie het hoofdstuk |