Numeri 22:34 - BasisBijbel34 Toen zei Bileam tegen de Engel van de Heer: "Ik heb verkeerd gedaan. Ik wist niet dat U op de weg stond. Als U het verkeerd vindt dat ik ga, zal ik teruggaan." Zie het hoofdstukMeer versiesEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling34 Toen zei Bileam tegen de engel van de HEERE: “Ik heb gezondigd, want ik wist niet dat u tegenover mij op deze weg stond. Welnu, als het dan slecht is in uw ogen, zal ik naar huis terugkeren.” Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling34 Toen zei Bileam tegen de engel van de HEERE: Ik heb gezondigd, want ik wist niet dat u hier stond om mij onderweg te ontmoeten; nu dan, als het slecht is in uw ogen, zal ik wel terugkeren. Zie het hoofdstukHet Boek34 Toen bekende Bileam: ‘Ik heb gezondigd. Ik was mij er niet van bewust dat U op de weg stond. Ik zal naar huis teruggaan als U dat wilt.’ Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195134 Toen zeide Bileam tot de Engel des Heren: Ik heb gezondigd, omdat ik niet wist, dat Gij U op de weg tegenover mij gesteld hadt, en nu, indien het kwaad is in uw ogen, wil ik wel omkeren. Zie het hoofdstukStatenvertaling Jongbloed-editie34 Toen zeide Bileam tot den Engel des HEEREN: Ik heb gezondigd, want ik heb niet geweten, dat Gij mij tegemoet op dezen weg stond; en nu, is het kwaad in Uw ogen, ik zal wederkeren. Zie het hoofdstuk |