Numeri 22:2 - BasisBijbel2 Koning Balak van Moab, de zoon van Zippor, zag wat Israël met de Amorieten had gedaan. Zie het hoofdstukMeer versiesEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling2 Balak, de zoon van Zippor, had alles gezien wat Israël met de Amorieten had gedaan. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling2 Balak, de zoon van Zippor, zag alles wat Israël met de Amorieten gedaan had. Zie het hoofdstukHet Boek2-4 Toen koning Balak van Moab, de zoon van Sippor, besefte hoeveel mensen daar verbleven en ook nog hoorde wat zij met de Amorieten hadden gedaan, werden hij en zijn onderdanen erg bang. Balak pleegde overleg met de vorsten van Midjan en zei: ‘Als wij niet oppassen, zullen die Israëlieten ons land afgrazen als een kudde ossen die een weiland kaalvreet!’ Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19512 Balak nu, de zoon van Sippor, zag alles wat Israël met de Amorieten had gedaan. Zie het hoofdstukStatenvertaling Jongbloed-editie2 Toen Balak, de zoon van Zippor, zag al wat Israël aan de Amorieten gedaan had; Zie het hoofdstuk |