Numeri 14:2 - BasisBijbel2 En ze mopperden en klaagden tegen Mozes en Aäron: "Waren we maar in Egypte gestorven! Of in deze woestijn! Zie het hoofdstukMeer versiesEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling2 Alle zonen van Israël morden tegen Mozes en tegen Aäron en heel de gemeente zei tegen hen: “Och, waren we maar in het land Egypte gestorven!” of: “Waren we maar in deze woestijn gestorven!” Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling2 Al de Israëlieten morden tegen Mozes en tegen Aäron. Heel de gemeenschap zei tegen hen: Waren wij maar in het land Egypte of in deze woestijn gestorven! Waren wij maar gestorven! Zie het hoofdstukHet Boek2 De stemmen vormden één grote klaagzang aan het adres van Mozes en Aäron. ‘Waren we maar in Egypte gestorven,’ beklaagden zij zichzelf, ‘of hier in de woestijn. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19512 Al de Israëlieten morden tegen Mozes en Aäron; en de gehele vergadering zeide tot hen: Och, waren wij in het land Egypte gestorven, of waren wij in deze woestijn gestorven! Zie het hoofdstukStatenvertaling Jongbloed-editie2 En al de kinderen Israëls murmureerden tegen Mozes en tegen Aäron; en de gehele vergadering zeide tot hen: Och, of wij in Egypteland gestorven waren! of, och, of wij in deze woestijn gestorven waren! Zie het hoofdstuk |