Hooglied 3:2 - BasisBijbel2 Ik zocht hem, maar kon hem nergens vinden. Ik droomde dat ik opstond en door de stad liep. Ik zocht in de straten en op de pleinen naar mijn allerliefste. Zie het hoofdstukMeer versiesEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling2 Ik zei: ‘Ik zal opstaan en rondgaan door de stad, door de straten en over de pleinen. Ik zal hem zoeken, hem van wie ik zielsveel houd.’ Ik zocht hem, maar ik vond hem niet. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling2 Ik dacht: Laat ik toch opstaan en in de stad rondtrekken, door de straten en over de pleinen, Hem zoeken, Die ik innig liefheb. Ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet. Zie het hoofdstukHet Boek2 Ik wilde opstaan en in de stad naar hem zoeken. In mijn droom zocht ik mijn liefste op de straten en pleinen, maar vond hem niet. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19512 Ik wil opstaan en rondgaan in de stad, op straten en pleinen en mijn zielsbeminde zoeken; ik zocht hem, maar ik vond hem niet. Zie het hoofdstukStatenvertaling Jongbloed-editie2 Ik zal nu opstaan, en in de stad omgaan, in de wijken en in de straten; ik zal Hem zoeken, Dien mijn ziel liefheeft; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet. Zie het hoofdstuk |