Genesis 2:7 - BasisBijbel7 Toen de Heer God de hemel en de aarde maakte, maakte Hij ook de mens. Hij maakte hem van het stof van de aarde en blies de levensadem in zijn neus. Zo werd de mens een levend wezen. Zie het hoofdstukMeer versiesEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling7 En de HEERE GOD vormde Adam uit het stof van de aarde en blies de levensadem in zijn beide neusgaten. Zo werd Adam een levend wezen. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling7 toen vormde de HEERE God de mens uit het stof van de aardbodem en blies de levensadem in zijn neusgaten; zo werd de mens tot een levend wezen. Zie het hoofdstukHet Boek7 Toen vormde de Here God het lichaam van de mens uit stof van de aarde en blies hem de levensadem in. Zo werd de mens een levend wezen. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19517 toen formeerde de Here God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen. Zie het hoofdstukStatenvertaling Jongbloed-editie7 En de HEERE God had den mens geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen den adem des levens; alzo werd de mens tot een levende ziel. Zie het hoofdstuk |