Genesis 2:5 - BasisBijbel5 In het begin waren er nog helemaal geen struiken op de aarde. Er groeide zelfs geen gras. Want de Heer God had het nog niet laten regenen. Er was ook nog niemand om de grond te bewerken. Zie het hoofdstukMeer versiesEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling5 - voordat al het struikgewas op aarde opgekomen was en ook voordat al het veldgewas uitgesproten was, want de HEERE GOD had het nog niet op aarde doen regenen en Adam was er nog niet om de aardbodem te bewerken - Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling5 er was nog geen enkele veldstruik op de aarde en er was nog geen enkel veldgewas opgekomen, want de HEERE God had het niet laten regenen op de aarde; en er was geen mens om de aardbodem te bewerken, Zie het hoofdstukHet Boek5 Er waren nog geen planten of gewassen opgekomen uit de aarde, omdat de Here God het nog niet had laten regenen. Ook was er nog niemand die het land kon bewerken. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19515 – er was nog geen enkel veldgewas op de aarde, en er was nog geen enkel kruid des velds uitgesproten, want de Here God had het niet op de aarde doen regenen, en er was geen mens om de aardbodem te bewerken; Zie het hoofdstukStatenvertaling Jongbloed-editie5 En allen struik des velds, eer hij in de aarde was, en al het kruid des velds, eer het uitsproot; want de HEERE God had niet doen regenen op de aarde, en er was geen mens geweest, om den aardbodem te bouwen. Zie het hoofdstuk |