Amos 2:9 - BasisBijbel9 Ze denken er niet meer aan dat Ik de Amorieten voor hen heb vernietigd , dat machtige volk van grote, sterke mannen. Er is niemand van dat volk overgebleven. Zie het hoofdstukMeer versiesEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling9 En Ik had nog wel de Amorieten voor hun aangezicht weggevaagd, die net zo lang waren als hoge cederbomen en sterk als eiken. Ik had zijn vrucht van boven en zijn wortels vanonder vernietigd. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling9 Maar Ík heb de Amorieten voor hun ogen weggevaagd, die hoog waren als ceders en sterk waren als eiken. Ik heb zijn vrucht vanboven weggevaagd en zijn wortels vanonder. Zie het hoofdstukHet Boek9 En denk dan eens aan alles wat Ik voor hen heb gedaan! Voor hen uitgaand, maakte Ik het land van de Amorieten voor hen vrij, terwijl de Amorieten toch boomlange kerels zijn en sterk als ossen! Ik beroofde hen van hun vruchten en sneed hun wortels door. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19519 en Ik had nog wel de Amoriet verdelgd voor hun aangezicht, al was hij dan hoog als de ceders en sterk als de eiken; ja Ik roeide zijn vrucht uit van boven en zijn wortels beneden; Zie het hoofdstukStatenvertaling Jongbloed-editie9 Ik daarentegen heb den Amoriet voor hunlieder aangezicht verdelgd, wiens hoogte was als de hoogte der cederen, en hij was sterk als de eiken; maar Ik heb zijn vrucht van boven, en zijn wortelen van onderen verdelgd. Zie het hoofdstuk |