2 Timoteüs 2:19 - BasisBijbel19 Maar het fundament van ons geloof is door God gelegd. Het ligt rotsvast. Op dat fundament staat geschreven: 'De Heer kent de mensen die bij Hem horen,' en: 'Iedereen die bij Christus hoort, moet stoppen met het doen van slechte dingen.' Zie het hoofdstukMeer versiesEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling19 Maar het fundament van GOD staat vast en heeft dit zegel: “De HEERE kent de zijnen en laat ieder die de Naam van de HEERE aanroept zich afzijdig houden van ongerechtigheid.” Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling19 Toch blijft het vaste fundament van God staan, met dit zegel: De Heere kent wie van Hem zijn, en: Ieder die de Naam van Christus noemt, moet zich ver houden van de ongerechtigheid. Zie het hoofdstukHet Boek19 Maar de waarheid van God staat zo vast als een huis, daar is geen beweging in te krijgen. Op de eerste steen staan deze woorden: ‘De Here kent de mensen die echt bij Hem horen,’ en ‘Wie zichzelf een christen noemt, zou niets verkeerds moeten doen en niets verkeerd moeten zeggen.’ Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195119 En toch staat ongeschokt het hechte fundament Gods met dit merk: De Here kent de zijnen, en: Een ieder, die de naam des Heren noemt, breke met de ongerechtigheid. Zie het hoofdstukStatenvertaling Jongbloed-editie19 Evenwel het vaste fondament Gods staat, hebbende dit zegel: De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn; en: Een iegelijk, die den Naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid. Zie het hoofdstuk |