2 Samuel 9:9 - BasisBijbel9 Toen liet de koning de dienaar Ziba weer komen. Hij zei tegen hem: "Alles wat van je heer Saul en zijn familie is geweest, geef ik aan de kleinzoon van je heer. Zie het hoofdstukMeer versiesEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling9 Toen riep de koning Ziba, de knecht van Saul, en zei tegen hem: “Alles wat van Saul was en van heel zijn huis, heb ik aan de zoon van je heer gegeven. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling9 Toen riep de koning Ziba, de knecht van Saul, en zei tegen hem: Al wat van Saul en heel zijn huis was, heb ik aan de zoon van uw heer gegeven. Zie het hoofdstukHet Boek9 De koning riep Sauls dienaar Ziba erbij. ‘Ik heb de kleinzoon van uw meester alles teruggegeven wat aan Saul en zijn familie toebehoorde,’ zei hij. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19519 Daarna riep de koning Siba, de knecht van Saul, en zeide tot hem: Al wat aan Saul en aan diens gehele huis toebehoorde, geef ik aan de zoon van uw heer. Zie het hoofdstukStatenvertaling Jongbloed-editie9 Toen riep de koning Ziba, Sauls jongen, en zeide tot hem: Al wat Saul gehad heeft, en zijn ganse huis, heb ik den zoon uws heren gegeven. Zie het hoofdstuk |