2 Samuel 9:2 - BasisBijbel2 Er was bij de familie van Saul een dienaar in dienst geweest die Ziba heette. Hij werd bij David geroepen en de koning vroeg hem: "Ben jij Ziba?" Hij antwoordde: "Ja, heer." Zie het hoofdstukMeer versiesEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling2 Tot het huis van Saul behoorde een dienaar met de naam Ziba. Zij lieten hem bij David komen. De koning zei tegen hem: “Ben jij Ziba?” En hij zei: “Uw dienaar.” Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling2 Het huis van Saul nu had een dienaar van wie de naam Ziba was. Zij riepen hem bij David. En de koning zei tegen hem: Bent u Ziba? Hij zei: Uw dienaar. Zie het hoofdstukHet Boek2 Hij hoorde toen van een zekere Ziba, die vroeger een van Sauls dienaars was geweest en liet hem bij zich komen. ‘Bent u Ziba?’ vroeg de koning. ‘Ja koning,’ antwoordde de man. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19512 Nu behoorde tot het huis van Saul een knecht, die Siba heette. Men riep hem bij David en de koning vroeg hem: Zijt gij Siba? Hij antwoordde: Uw dienaar. Zie het hoofdstukStatenvertaling Jongbloed-editie2 Het huis van Saul nu had een knecht, wiens naam was Ziba; en zij riepen hem tot David. En de koning zeide tot hem: Zijt gij Ziba? En hij zeide: Uw knecht. Zie het hoofdstuk |