2 Samuel 7:2 - BasisBijbel2 Toen zei de koning tegen de profeet Natan: "Kijk toch eens! Ik woon in een paleis van cederhout, maar de kist van God staat in een tent!" Zie het hoofdstukMeer versiesEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling2 zei de koning tegen de profeet Nathan: “Zie toch, ik woon in een huis van cederhout en de Kist van GOD is gehuld in een tentkleed.” Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling2 dat de koning tegen de profeet Nathan zei: Zie toch, ik verblijf in een huis van cederhout, terwijl de ark van God te midden van tentdoek verblijft. Zie het hoofdstukHet Boek2 zei David tegen de profeet Nathan: ‘Luister eens! Ik woon hier in een prachtig paleis van cederhout, terwijl de ark van God buiten in een tent staat!’ Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19512 zeide de koning tot de profeet Natan: Zie toch, ik woon in een cederen paleis, terwijl de ark Gods verblijft onder een tentkleed. Zie het hoofdstukStatenvertaling Jongbloed-editie2 Zo zeide de koning tot den profeet Nathan: Zie toch, ik woon in een cederen huis, en de ark Gods woont in het midden der gordijnen. Zie het hoofdstuk |