Onlinebijbel

Advertenties


De hele bijbel Oude Testament Nieuwe Testament




Ester 9:31 - Statenvertaling Jongbloed-editie

Dat zij deze dagen van Purim bevestigen zouden op hun bestemde tijden, gelijk als Mórdechai, de Jood, over hen bevestigd had, en Esther, de koningin, en gelijk als zij het bevestigd hadden voor zichzelven en voor hun zaad; de zaken van het vasten en hunlieder geroep.

Zie het hoofdstuk

Meer versies

BasisBijbel

En hij riep hen op om trouw dit feest op de vastgestelde dagen te vieren. En de Judeeër Mordechai en koningin Ester schreven dat de mensen niet alleen zelf deze Poerimdagen moesten blijven vieren. Ook hun familie ná hen moest dat doen. Ook schreven zij hun op welke dagen ze niet mochten eten en drinken, maar moesten treuren.

Zie het hoofdstuk

EBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling

om deze dagen van het Poerim op de daarvoor vastgestelde tijden te onderhouden, zoals dat hen door Mordechai, de Jood, en koningin Ester was opgedragen en zoals zij dat zichzelf en hun nakomelingen hadden opgelegd, met bepalingen over de vastendagen en over hun weeklagen.

Zie het hoofdstuk

Herziene Statenvertaling

om deze dagen van Purim te bekrachtigen op hun vastgestelde tijden, zoals de Jood Mordechai en koningin Esther voor hen vastgesteld hadden en zoals zij voor zichzelf en voor hun nageslacht de zaken over het vasten en hun weeklagen vastgesteld hadden.

Zie het hoofdstuk

Het Boek

en de aansporing op deze twee dagen het Poerimfeest te vieren, zoals Mordechai en Esther hadden bepaald. De Joden hadden zelf al besloten deze traditie in ere te houden als een tijd van vasten en gebed.

Zie het hoofdstuk

NBG-vertaling 1951

dat men deze Purimdagen op hun bepaalde tijden zou vieren, zoals Mordekai, de Jood, en koningin Ester voor hen hadden bepaald en zoals zij voor zichzelf en voor hun nakomelingen bepalingen hadden vastgesteld aangaande de vastentijden en het weegeroep.

Zie het hoofdstuk

Statenvertaling Jongbloed-editie

Dat zij deze dagen van Purim bevestigen zouden op hun bestemde tijden, gelijk als Mordechai, de Jood, over hen bevestigd had, en Esther, de koningin, en gelijk als zij het bevestigd hadden voor zichzelven en voor hun zaad; de zaken van het vasten en hunlieder geroep.

Zie het hoofdstuk
Andere vertalingen