Onlinebijbel

Advertenties


De hele bijbel Oude Testament Nieuwe Testament




Ester 8:7 - Statenvertaling Jongbloed-editie

Toen zeide de koning Ahasvéros tot de koningin Esther en tot Mórdechai, den Jood: Ziet, het huis van Haman heb ik Esther gegeven, en hem heeft men aan de galg gehangen, omdat hij zijn hand aan de Joden geslagen had.

Zie het hoofdstuk

Meer versies

BasisBijbel

Koning Ahasveros zei tegen koningin Ester en de Judeeër Mordechai: "Ik heb het huis van Haman aan Ester gegeven. Haman heb ik aan de galg laten ophangen omdat hij dit plan tegen de Judeeërs had bedacht.

Zie het hoofdstuk

EBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling

Toen zei koning Ahasveros tegen koningin Ester en tegen de Jood Mordechai: “Zie, het huis van Haman heb ik aan Ester gegeven en hemzelf hebben ze aan de galg gehangen, omdat hij zijn hand naar de Joden had uitgestrekt.

Zie het hoofdstuk

Herziene Statenvertaling

Toen zei koning Ahasveros tegen koningin Esther en tegen de Jood Mordechai: Zie, het huis van Haman heb ik aan Esther gegeven, en hem heeft men aan de galg gehangen, omdat hij zijn hand aan de Joden geslagen had.

Zie het hoofdstuk

Het Boek

Koning Ahasveros zei tegen koningin Esther en de Jood Mordechai: ‘Ik heb Esther al Hamans bezittingen gegeven en hem laten ophangen, omdat hij probeerde de Joden uit te roeien.

Zie het hoofdstuk

NBG-vertaling 1951

Toen zeide koning Ahasveros tot koningin Ester en de Jood Mordekai: Zie, het huis van Haman heb ik aan Ester gegeven en hemzelf heeft men op de paal gespietst, omdat hij zijn hand tegen de Joden heeft uitgestrekt.

Zie het hoofdstuk

Statenvertaling Jongbloed-editie

Toen zeide de koning Ahasveros tot de koningin Esther en tot Mordechai, den Jood: Ziet, het huis van Haman heb ik Esther gegeven, en hem heeft men aan de galg gehangen, omdat hij zijn hand aan de Joden geslagen had.

Zie het hoofdstuk
Andere vertalingen